Hoofdstuk 1, Paragraaf 1
In uitvoering

4. Toer 2

25 maart 2023

Nu gaan we weer samen verder, of je nu met enkele of dubbele trellis bent gestart.

Keren

Elke toer bestaat uit 2 delen: kleur A en kleur B. Als we beide kleuren gehaakt hebben, is het tijd het werk te keren. Omdat we de eerste lossen van deze toer al gehaakt hebben kan het even verwarrend zijn hoe deze nu op te pakken. Als je je werk net gekeerd hebt zie je de achterkant van je 2 lossenkettinkjes. Door de steekmarkeerder van boven naar beneden naar je toe te draaien komt de voorkant van de lossenketting naar boven.


Voorkant en achterkant van het werk

Je werkt krijgt een voorkant en een achterkant. Bij sommige patronen zijn die allebei even mooi, bij sommige patronen zie je het “plaatje” duidelijk aan de voorkant en is de achterkant niet echt herkenbaar als iets. We noemen dat “voorkant van het werk” = waar het plaatje komt en “achterkant van het werk” = de andere kant van je project. Dit heeft dus niet  te maken met hoe het werk op dit moment naar je toe ligt, maar met het eindresultaat.

Kleur A – achterkant van het werk:

Let op dat voor het starten van deze toer, kleur A voor kleur B langs ligt.

We haken eenmaal een stokje achter kleur B langs, zoals we dat de hele tijd gedaan hebben. Na de volgende losse maken we een stokje aan de voorkant. Omdat de bovenkant van  het raamwerk van kleur A achter kleur B ligt, moeten we de steek eerst een beetje naar voren duwen.

(1 losse, stokje aan de voorkant) x 6. Je hebt nu 7 stokjes in Kleur A in het zicht. Haak nu één losse. Daarna weer een stokje aan de achterkant van het werk. Haak dan 1 losse. Het laatste stokje komt buiten kleur B te liggen, hier is dus niet echt een voor of achter. Vergeet niet de 4 lossen voor de volgende toer vast te haken.

Toer 2 – kleur B – achterkant van het werk

De start lossenketting ligt al achterlangs, haak 1 stokje achterlangs, dan 1 losse en 1 stokje voorlangs, (losse en stokje achterlangs) x 4, losse en stokje voorlangs, (losse en stokje achterlangs) x 2.

Deze toer zouden we ook kunnen schrijven als:

1 achter, 1 voor, 4 achter, 1 voor, 2 achter

Let er hierbij op dat de allereerste steek de 4 lossen zijn, deze heb je al aan het eind van je vorige toer gehaakt. Deze steek kun je wel zien, maar staat beschreven aan het einde van de vorige toer, niet aan het begin van deze. Die 4 lossen tellen dus als 1 stokje + 1 losse.