3. Proeflapje

Om kleding te kunnen haken moet je altijd een proeflapje maken. Eigenlijk zelfs niet eentje, maar meerderen. Gebruik haaknaald 4,5 mm en volg onderstaand patroon. Meet vervolgens je proeflapje op. Is het proeflapje te groot? Probeer het dan opnieuw met haaknaald 4 mm, bewaar het proeflapje met 4,5 mm. Is het proeflapje te klein? Probeer het dan opnieuw met haaknaald 5 mm. Blijf proberen én bewaren tot je een goede keuze kunt maken uit de proeflapjes die je voor je hebt liggen. Schrijf vervolgens ergens op wát je gekozen hebt.

Toer 1: 41 lossen, sla 1 losse over, vaste in tweede losse vanaf de haaknaald, stokje in volgende steek. *Vaste in volgende losse, stokje in volgende losse* tot einde toer. [Je hebt nu 40 steken, tel de overgeslagen losse niet mee]

Toer 2-32: 1 losse, keer om. (1 losse telt hier en verder niet als steek). Vaste in dezelfde steek, stokje in volgende steek. *Vaste in volgende steek, stokje in volgende steek* tot einde toer. [Je hebt nu 40 steken, tel de overgeslagen losse niet mee]

Na het blokken zou je proeflapje ongeveer 20,8 cm breed bij 17cm hoog moeten zijn. Als je proeflapje NIET aan deze maten voldoet, probeer het dan opnieuw tot je wél de goede maten hebt.