Simpele ZigZag

Interlocking crochet is een bijzondere techniek, waarbij je dubbel filethaakt. Je gebruikt lossen en stokjes. Elke combinatie van “losse + stokje” wordt samen een raampje. De stokjes maak je altijd in de kleur waarmee je werkt, en kun je voor-langs of achter-langs maken. Je haakt steeds: Kleur A, dan Kleur B, dan keer je, dan haak je weer eerst Kleur A, dan Kleur B, dan keer je, etc. Het is gebruikelijk om de 4 beginlosse van de VOLGENDE toer alvast te maken aan het einde van de toer waaraan je werkt, omdat je dan makkelijker je kleur naar je toe of van je af kunt leggen aan het begin van de volgende toer met de andere kleur. Klinkt misschien allemaal ingewikkeld, maar ik ga het je stap voor stap laten zien.

Stokje-voor: sla de draad om, haak een stokje in het volgende stokje van de kleur waarmee je werkt.

Stokje-achter: sla de draad om, steek de haaknaald door het overeenkomstige raampje van de andere kleur, steek de haaknaald door het stokje van de kleur waarmee je werkt naar achteren, maak je stokje af. Je sluit daarbij de andere kleur niet in.

Rand-steek: stokje met Kleur A in de vier-lossenruimte helemaal aan het einde van de toer.


Opzet toer A: Haak met kleur A een lossenketting. Deze ketting moet een veelvoud zijn van 4 steken. Haak dan een stokje in de zesde losse vanaf de haaknaald. *1 losse, 1 losse overslaan, stokje in volgende losse* tot einde lossenketting. Leg aan de kant.

Voorbeeld: ik zet met 40 lossen op. Ik heb nu 18 “vierkanten/boxes/raampjes” gemaakt.

Opzettoer B: Haak met kleur B een lossenketting die 2 lossen minder lang is dan Opzet toer A. Haak dan een stokje in de zesde losse vanaf de haaknaald. *1 losse, 1 losse overslaan, stokje in volgende losse* tot einde lossenketting. Leg aan de kant.

Voorbeeld: ik heb net 40 lossen gehaakt, dus ik haak nu 38 lossen. Ik heb nu 17 vierkanten/boxes/raampjes gemaakt in Kleur B.

Tip: Haak aan de het einde van elke toer alvast 4 lossen en doe een steekmarkeerder door de 4e losse. Dit maakt het vervolg een stuk makkelijker. Eigenlijk horen die 4 lossen bij de volgende toer, maar het zorgt ervoor dat je je andere kleur makkelijker naar je toe of van je af kan leggen.

Leg kleur B achter Kleur A. Kleur A is één blokje groter. De stokjes van kleur B liggen midden in de blokjes van Kleur A, Kleur A vormt aan de rechterkant en linkerkant de rand. Als je rechtshandig bent, liggen je steekmarkeerders beide rechts, als je linkshandig bent, liggen ze beiden links.

Toer 1A: Met Kleur A: 4 lossen (telt als stokje + 1 losse), stokje-achter in volgende stokje, *losse, stokje-voor in volgende stokje, 1 losse, stokje-achter in volgende losse*. Herhaal tot laatste stokje, 1 losse, stokje laatste ruimte (dit wordt ook wel een randsteek genoemd).

Toer 1B: Met Kleur B: 4 lossen (telt als stokje + 1 losse), stokje-voor in volgende stokje, *losse, stokje achter, losse, stokje-voor* herhaal tot einde toer. Het laatste stokje gaat voorlangs in de 4lossenruimte.

Nu keer je je hele werk.

Daarna leg je Kleur B naar je toe, dus je klapt het naar de voorkant van je werk. Dat gaat makkelijker als je al 4 lossen + steekmakeerder hebt gedaan.

Toer 2A: Met kleur A, 4 lossen, stokje-achter in volgende stokje, *losse, stokje-voor, losse, stokje-achter* herhaal tot einde toer, randsteek.

Toer 2B: Met Kleur B, 4 lossen, stokje-achter in volgende stokje, *losse, stokje-voor, losse, stokje-achter, herhaal vanaf * tot einde toer. Je eindigt met een stokje achterlangs in de 4 lossenruimte.

Nu keer je je hele werk

Daarna leg je Kleur B van je af, dus naar de achterkant van je werk. Dat gaat makkelijker als je al 4 lossen + steekmarkeerder hebt gedaan.

Herhaal nu toer 1 en 2 tot je de gewenste lengte hebt bereikt.