4.2 Vlecht in elkaar zetten

Leg één kort uiteinde van elke vlechtstrook plat voor je neer, elk met dezelfde kant van de stof naar boven. We gaan de zijkanten van de stroken aan elkaar naaien (niet de korte uiteindjes) met korte naden, om ze vast te zetten voor we gaan vlechten.

Gebruik een stopnaald en één van de draaduiteindes om de linker en middelste sectie aan elkaar te naaien, stop wanneer je 19 steken van elke sectie gehad hebt. Hecht af en werk het draadje weg. Gebruik de andere garenuiteindes om de middelste en rechter secties aan elkaar te zetten, stop als je 10 steken van elke zijde aan elkaar genaaid hebt. Hecht af, werk het draadje weg.

Met het aan elkaar genaaide deel voor je, ga je de rechter sectie over de middensectie heen leggen, dan leg je delinker over de middensectie. Dit is één vlechtsteek. Herhaal deze vlechtsteek nog 12 (12, 12, 13, 13, 13, 13, 13, 13) keer, voor een totaal van 13 (13, 13, 14, 14, 14, 14, 14, 14) vlechtsteken.

Gebruik dan de draaduiteindes aan dit einde van de vlecht, naai de midden en rechtersecties aan elkaar, stop wanneer je 19 steken van elke sectie aan elkaar genaaid hebt. Hecht af en werk de draadjes weg. Pak nu het andere draaduiteinde van naai midden en linkersectie aan elkaar, stop als je 10 steken van elke sectie aan elkaar gemaakt heb. Pas de vlecht aan om het mooier gelijkmatig te maken als je wilt. Plaats een steekmarkeerder op de kant van de vlecht die naar boven ligt om de goede kant van het werk te markeren.