4.3 Rechterzijde van de Intertwine Trui

We werken nu een toer langs de ene zijde van de vlecht en blijven daarover heen en weer haken, om de rechterkant van de trui te maken (de rechterkant als je ‘m aan hebt).

Leg de vlecht neer met de goedekant naarboven. Aan elk einde van de vlecht, heb je een stuk vlecht dat aan de ene kant langer is dan aan de andere kant. Hecht aan in de eerste steek van de langere zijde.

Toer 1: 2 lossen, halfstokje in achterste lus van dezelfde steek, halfstokje in achterste lus van de volgende 26 (26, 26, 25, 25, 25, 25, 25, 25) steken. *Halfstokje in achterste lus van volgende 15 steken langs de rand van de vlecht*. Herhaal van * tot * nog 11 (11, 11, 12, 12, 12, 12, 12, 12) keer. Halfstokje in achterste lus van laatste 19 steken langs de zijde van de laatste vlecht sectie. [Je hebt nu 226 (226, 226, 240, 240, 240, 240, 240, 240) steken, lossen niet meegerekend.

Toer 2: 1 losse, keer om. Vaste in dezelfde steek, stokje in volgende steek. *Vaste in volgende steek, stokje in volgende steek* tot einde toer. [Je hebt nu 226 (226, 226, 240, 240, 240, 240, 240, 240) steken, beginlosse niet meegerekend]

Herhaal Toer 2 nog 12 (12, 18, 18, 22, 22, 28, 28, 32) keer. Hecht af, laat een draad over van tenminste 50 centimeter.